Siebren, 11: “Ik kan er niets aan doen, ik heb ADHD en de juf vindt me toch niet aardig.
Frank, hoofd van een school in Drenthe: “Ik word radeloos van het toenemende aantal probleemkinderen op de school, en de frustratie die alle partijen – kinderen, leerkrachten, ouders – ervaren.
Betteke, onderwijzeres: “Er moet een oplossing zijn. Ik raak zo gedemotiveerd met al die onhandelbare leerlingen. Ik verlies steeds meer mijn plezier in het lesgeven.
Willem, vader van een PDD-nos-kind: “Mijn vrouw en ik geloven écht niet in all die ‘labels’. Onze Reuben is bijzonder intelligent en hij verveelt zich snel op school. Maar ook wij kunnen hem niet aan, en de school komt ook niet met oplossingen.

Als u iets van deze vier voorbeelden herkent, lees dan verder voor inzichten in een concrete, werkbare en internationaal bewezen methodiek die dé oplossing biedt.

Het huidige paradigma
Een kind vertoont teruggetrokken gedrag of ‘misdraagt’ zich op school of thuis, wordt als ‘onhandelbaar’ beschouwd en krijgt uiteindelijk hulp door Schoolonderzoek en andere reguliere instanties. Zodra het ‘probleem’ geconstateerd wordt, krijgt het kind een etiket – meestal een van de bekende afkortingen.
In extreme gevallen – gelukkig in Nederland minder vaak dan in de VS – krijgt het kind een recept voor kalmerende middelen zoals Ritalin.
En het probleem is niet werkelijk opgelost noch aangepakt; het kind wordt een statistiek.

Het nieuwe paradigma, een nieuwe weg
Stel, het kind heeft zelf last van zijn gedrag en vooral van de effecten van zijn gedrag.
Stel dat er verder gekeken wordt naar ‘het kind als onderdeel van een groter geheel’.
In dat geval worden zowel ouders als broers/zusters én de leerkrachten betrokken – nagenoeg alle velden waarin het kind geacht wordt te functioneren. (We laten voor dít moment het veld van (school-)vrienden buiten beschouwing; uit ervaring blijkt dat eventuele problemen daar geleidelijk aan oplossen wanneer het kind de mogelijkheden én kracht van deze nieuwe benadering ontdekt.)
In een notendop gaat het hier over een oplossingsgerichte methode die kinderen helpt om hun eigen ‘problemen’ op te lossen – ze leren (in 15 stappen) juist dé vaardigheden die ze nodig hebben om baas over hun eigen gedrag te worden.
De methodiek, Kids’ Skills en Mission Possible, ontwikkeld door de Fin, Ben Furman, is nu beschikbaar in Nederland.

'Als je blijft doen wat je altijd hebt gedaan, zal het resultaat hetzelfde blijven'

Voorbeeldcasus: gezin Jolink
De stappen in deze casus maken het proces van de Kids’ Skills-aanpak duidelijker.
Hoewel dit maar één voorbeeld is, is het ook vrij typerend van wat de Kids’ Skills-coach meemaakt. Sommige gevallen zijn eenvoudiger, andere juist complexer – maar de benadering blijft hetzelfde.
Alle namen zijn gefingeerd vanwege geheimhouding.

Situatie
Anneke Jolink neemt contact op met HarteLinK vanwege het probleemgedrag van haar oudste zoon, Joop (11).
Op school is Joop druk, maakt veel ruzie en heeft ‘losse handjes’. Hij wordt regelmatig de klas uitgestuurd.
Thuis komt zijn moeder vaak tussenbeiden bij ruzie tussen hem en zijn jongere broertje waarna hij boos en scheldend wegloopt.
Het vermoeden bestaat dat Joop ADHD heeft.
Het hele gezin komt voor een intakegesprek: Bert en Anneke, Joop en zijn jongere broer, Teun (7).
De eerste stap is om te ontdekken of Joop erkent dat hij zelf verantwoordelijk is voor de oplossing.
Daarna kunnen we beginnen met het zoeken naar de vaardigheid die Joop in staat stelt om geen last meer te hebben van zijn probleemgedrag.

Eerste consult
Het is mooi weer, de tuindeuren staan open en Joop loopt naar buiten, op zijn hielen gevolgd door Teun. Anneke roept Joop terug om te gaan zitten; hij negeert haar. Ik leg aan de ouders uit dat het belangrijk is dat Joop zich op zijn gemak voelt en zelf verantwoordelijk is voor zijn gedrag. De jongens komen al snel weer binnen, gelijk wordt de aard van de problematiek duidelijk. Joop is verontwaardigd dat hij niet mee mag spelen en weg is gejaagd. ‘Ik zou ze wel willen slaan,’ zegt hij.
Op mijn vraag of Joop weet waarom hij hier is, zegt hij dat hij het niet weet. ‘Mijn ouders vinden dat ik mee moet,’ zegt hij.
Teun ziet de Kids’ Skills poster aan de muur en loopt ernaartoe. Hij moet lachen om de grappige plaatjes met blije kinderen. Als ik aan Joop vraag wat hij ziet, zegt hij fel: ‘Lekker makkelijk, zij hebben ook geen problemen!’

Ik leg uit dat deze kinderen er blij uitzien omdat ze vaardigheden hebben geleerd. Dan vraag ik Teun wat hij al geleerd heeft waar hij blij mee is.
‘Ik heb de tafel van 4 al geleerd ... enne ... ik heb de juf geholpen met rommel opruimen ... enne …,’ zegt Teun. Zijn vader en moeder lachen om de komische uitdrukking die hij trekt.
Joop moet nu ook lachen om zijn broertje en aangemoedigd door Teun schrijft hij op de flipover van welke geleerde vaardigheid hij blij is geworden. Aan de andere kant van het vel schrijft hij welke vaardigheden hij nog wil leren. Met een groene viltstift geeft hij aan wat hij het eerste wil leren.
Teun wil ook een vaardigheid leren, en vader zegt dat hij wel een steuntje kan gebruiken. We komen overeen dat we met beide kinderen de te leren vaardigheid gaan oefenen.

Nu duidelijk is wat Joop wil leren, wordt hij meer open, hij wil gelijk beginnen.
De ouders verbazen zich over het gemak waarmee de intake is verlopen en over het enthousiasme van de jongens om volgende week terug komen.

2e consult
Joop en Teun komen stoeiend binnenvallen.
Tijdens het welkomstdrankje vertellen ze dat ze vaak ruzie met elkaar hebben en dat niet meer willen. ‘Eigenlijk willen we vrienden zijn,’ zegt Teun.
We onderzoeken de te leren vaardigheid (stap 1) waarin wordt nagegaan welke vaardigheid Joop moet hebben om het probleem te overwinnen. Teun doet vooral zijn broer na en zegt dat hij wil leren om zijn broer te negeren als hij hem uitdaagt. Dit sluit goed aan bij ‘het leren praten bij problemen’ wat Joop wil leren.
We worden het eens over de te leren vaardigheid (stap 2) en onderzoeken de voordelen (stap 3) die dit voor beiden heeft. Al snel noemen ze de voordelen op en verzinnen er een grappige naam voor (stap 4).
Bij de vraag wie hun held of mascotte is hoeft Teun niet lang na te denken. Zijn heldfiguur (stap 5) gaat hem helpen bij het leren van zijn vaardigheid. Joop weet het niet. Ik zeg dat het niet erg is en dat hij ook anderen om hulp kan vragen. Hij kijkt naar zijn ouders en vraagt hun hulp. Ook opa en oma en de meester gaat hij vragen (stap 6).
We spreken af dat ze vast gaan oefenen en ze komen volgende week terug om te vertellen hoe het is gegaan.

3e consult
Teun komt als eerste binnenrollen en laat me trots zijn knuffel zien. ‘Indra’ zegt hij, ‘dit is mijn held die me gisteren heeft geholpen om Joop te negeren toen hij me uitschold.’
Joop kijkt sip en zegt er spijt van te hebben dat hij Teun heeft uitgescholden. ‘Eigenlijk ben ik boos op een jongen uit mijn klas. Ik had de opdracht van meester niet begrepen en vroeg hem om uitleg, waarna hij me uitschold voor domme vuurtoren. Ik haat mijn rooie haar,’ roept hij boos uit terwijl hij aan zijn haar begint te trekken.

Op mijn vraag hoe zijn te leren vaardigheid hem op school kan helpen, zegt hij na enige aarzeling naar de meester te kunnen kan gaan als hij iets niet begrijpt. ‘Ik kan ook gewoon zeggen dat ik ervan baal om voor vuurtoren te worden uitgescholden.’
Door te praten over wat belangrijk is, kan Joop zijn vaardigheid oefenen.

Dat praten over zijn gevoelens voor Joop belangrijk is, blijkt nu ook.
Zijn boosheid is gezakt en zichtbaar opgelucht laat hij mij een steen zien die hij in zijn zak heeft. ‘Deze steen heb ik hier voor de deur gevonden, Indra,’ zegt hij. ‘Ik neem hem elke dag mee in mijn broekzak, dat maakt me rustig en dan onthoud ik beter dat ik wil leren praten wanneer ik iets wil in plaats van er op los te slaan.

’Dit is een belangrijk moment. Joop heeft zijn mascotte gevonden. Dit geeft hem het zelfvertrouwen dat hij ook werkelijk in staat is om zijn vaardigheid te leren (stap 7), net als al die andere vaardigheden die hij al heeft geleerd.

Samen maken we een plan hoe de jongens het gaan vieren wanneer ze de vaardigheid voldoende beheersen (stap 8). Dit motiveert ze en geeft ze het vertrouwen dat ze het kunnen leren. Verder is dit een mogelijkheid om de supporters te bedanken voor het bereiken van deze mijlpaal.
We doen een rollenspel en doen net alsof de vaardigheid al is geleerd (stap 9).
Dit brengt veel hilariteit teweeg, ze proesten het uit, net als vader en moeder die opgelucht zijn dat het zo speels en makkelijk verloopt. Ze gaan het ook vertellen op school wat ze nu al hebben geleerd (stap 10) en spreken af hoe de vaardigheid verder ingeoefend wordt (11). We bedenken geheugensteuntjes (12) hoe ze willen dat anderen reageren wanneer ze hun te leren vaardigheid vergeten. Het is goed te weten dat het soms mis gaat én dat dit een onderdeel is van het leerproces.
We maken een vervolgafspraak voor over twee weken.

4e consult
Joop laat me trots zijn vaardighedenschrift zien terwijl hij binnenkomt.
Hij heeft het verloop bijgehouden van het oefenen en is redelijk tevreden. ‘Eigenlijk ben ik pas echt tevreden als ik nooit meer ruzie met mijn broertje maak,’ zegt hij. Zijn ouders en Teun prijzen hem omdat het al heel goed is gegaan en ze zijn trots op hem. Ook Teun heeft kunnen oefenen en laat heel serieus zien hoe hij doet als Joop soms vergeet om te praten over wat hij wil. We moeten allemaal om hem lachen. We spreken af wanneer we het feest gaan vieren en komen overeen dat er nog twee weken geoefend moet worden om de vaardigheid als ‘geleerd’ te markeren.

5e consult
De jongens vertellen dat ze veel hebben geoefend en dat ze nu geen ruzie meer hebben. Ze geven elkaar een vriendschappelijk duwtje.‘
Ik ga nu gewoon naar de meester als ik iets niet begrijp en de kinderen pesten me niet meer met mijn haarkleur,’ zegt Joop. ‘Een meisje in mijn klas zei zelfs tegen me dat zij wel graag zo’n mooie kleur wil hebben.’‘Ik heb zelfs een nieuwe vriend, Indra,’ zegt Joop glunderend.
Teun heeft het ‘negeren’ goed geleerd en past het zowel thuis als op school toe.We komen overeen dat de vaardigheid voldoende is geleerd om de uitnodigingskaartjes voor het feestje te maken (stap13).
Terwijl de jongens bezig zijn, maken ze plannen over hoe ze hun vaardigheid aan andere kinderen kunnen doorgeven. ‘Zo kan ik het nog beter onthouden én het is leuk om iets voor een ander kind te kunnen doen,’ zegt Joop. Het is bekend dat een van de doeltreffendste manieren om iets te leren eruit bestaat dat je het aan iemand anders leert (stap14).
Enthousiast overleggen ze welke vaardigheid ze na hun feestje willen gaan leren (stap 15). Door het succes dat ze hebben bereikt zijn ze super gemotiveerd om weer een nieuwe vaardigheid te leren.

Al met al zijn we vanaf het begin tot deze laatste stap 7 weken bezig geweest.
Teun is weer vrolijk en ontspannen en Joop kan weer lachen.De ouders zijn razend enthousiast en vertellen iedereen die het horen wil over de resultaten. ‘Het is weer leuk om spelletjes met de kinderen te doen en samen dingen te ondernemen,’ zegt vader Bert blij.
Moeder is vooral dankbaar en zegt: ‘Het is weer gezellig thuis!
’De school verbaast zich over de effectiviteit en snelheid van de methode en heeft de veranderingen van beide jongens met veel belangstelling gevolgd. Ze willen dat het hele team de training volgt zodat het binnen het schoolsysteem geïntegreerd wordt.

Conclusie
Door de ‘andere benadering’ van géén etiket, het kind centraal plaatsen en het ontbreken van de wijzende vinger komt er zelfs na de eerste sessie beweging in de meeste gevallen.
Zodra verantwoordelijkheid op de juiste plaats komt, komt het proces in een hogere versnelling.
Een volgend stadium is een training voor de leerkrachten en de interne begeleider(s).
Wanneer binnen 4 sessies geen resultaat wordt bereikt, wordt de client doorverwezen naar TED-centers voor een uitgebreide screening.

Geef toe: de weg van ‘probleem’ naar ‘oplossing’ is veel korter dan u voor het lezen van dit artikel dacht!

Volgende stappen
Wanneer je belangstelling hebt voor de methode, hetzij voor je school of voor andere ouders van kinderen met zogenaamd ‘probleemgedrag’, óf wilt weten wat je kunt doen ter preventie, neem dan contact op met Indra Visser.